Timothy Ellam over de belangrijke rol van amateurradio

Op 18 april 1925 werd de International Amateur Radio Union (IARU) opgericht. Ter herinnering daaraan wordt jaarlijks op 18 april de World Amateur Radio Day gehouden. Dit jaar gaf IARU-voorzitter Timothy Ellam ter gelegenheid van deze dag een interview aan de International Telecommunication Union (ITU). Hij besprak daarin de belangrijke, wereldwijde rol van amateurradio.

Dit interview is te lezen op de website van de ITU. Wij geven hier de Nederlandstalige bewerking.

Wat betekent deze dag voor uw vereniging en haar leden?

Ieder jaar op 18 april gaan radioamateurs wereldwijd de ether in ter gelegenheid van World Amateur Radio Day. Op deze dag in 1925 werd in Parijs de International Amateur Radio Union opgericht.

Radioamateurs ontdekten als eersten dat het kortegolfspectrum geen woestenij is, maar een een belangrijke bijdrage kan leveren aan de wereldwijde communicatie. Pioniers in amateurradio ontmoetten elkaar in 1925 in Parijs en richtten de IARU op om radioamateurs wereldwijd te ondersteunen.

Sinds haar oprichting werkt de IARU onvermoeibaar aan het verkrijgen van frequentietoewijzingen voor radioamateurs, maar ook aan de verdediging daarvan. Door de steun van overheden over de hele wereld, kunnen radioamateurs nu experimenteren en communiceren op diverse frequentiebanden. Deze banden zijn slim verdeeld over het gehele radiospectrum.

“Tegenwoordig is amateurradio populairder dan ooit, met meer dan 3.000.000 erkende operators!”

Van de 25 landen die in 1925 de IARU vormden, is de IARU uitgegroeid tot meer dan 160 ledenverenigingen in drie regio’s. IARU Regio 1 omvat Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Noord-Azië. Regio 2 bestrijkt Amerika en Regio 3 bestaat uit Australië, Nieuw-Zeeland, de eilanden in de Stille Oceaan en het grootste deel van Azië.

De ITU heeft de IARU erkend als de belangenbehartiger voor radioamateurs. Tegenwoordig is amateurradio populairder dan ooit, met meer dan 3.000.000 erkende operators!

Op 18 april vertellen radioamateurs over de maatschappelijke rol van amateurradio, maar bijvoorbeeld ook over hoe amateurradio bij jongeren de interesse in wetenschap kan stimuleren. Daarnaast hebben ze het natuurlijk over het plezier dat amateurradio geeft. Een aantal van de activiteiten van dit jaar vind je terug op de IARU-website: World Amateur Radio Day.

Digitale transmissie speelt tegenwoordig een dominerende factor in wereldwijde communicatie. Hoe past amateurradio daarin?

Amateurradio maakt nog steeds gebruik van de oudste vorm van digitale communicatie: morsecode, ook wel CW genoemd. Bovendien gebruiken radioamateurs een aantal digitale transmissiemodes voor de verspreiding van zwakke HF- en VHF/UHF-signalen. Veel van deze digitale modes zijn ontwikkeld door radioamateurs zelf, zoals door Nobelprijswinnaar Joe Taylor, K1JT. Radioamateurs spelen al jaren een voortrekkersrol bij het ontwikkelen van nieuwe communicatiemethoden en zij zullen dat in de toekomst blijven doen.

Op welke manier dragen radioamateurs bij aan de strijd tegen COVID-19?

Radioamateurs hebben een lange geschiedenis van dienstverlening aan de gemeenschap. Er zijn radioamateurs die zich bezighouden met noodcommunicatie. Zij werken samen met hulpdiensten om communicatie te bieden wanneer dat nodig is. Dit geldt evenzeer in ontwikkelingslanden als in ontwikkelde landen.

Radioamateurs komen uit alle lagen van de bevolking en ik weet dat velen van hen de gemeenschap helpen in deze tijd van crisis. Sommigen ondersteunen bijvoorbeeld de medische dienst, terwijl anderen weer helpen bij het in stand houden van toeleveringsketens. In deze dagen van sociaal isolement zijn er radioamateurs die contact houden met mensen die de deur niet uit kunnen. Gewoon om te kijken hoe het met ze gaat of om ze een tijdje gezelschap te bieden. Amateurradio biedt een unieke manier om sociale contacten te onderhouden terwijl we fysiek gescheiden blijven van elkaar.

“Amateurs hebben de apparatuur, de vaardigheden en de frequenties die nodig zijn om onder slechte omstandigheden doelmatige en efficiënte noodcommunicatienetwerken te creëren.”

DARESVeel radioclubs en nationale verenigingen activeren lokale repeaters en andere noodcommunicatienetwerken om voorbereid te zijn als hun diensten nodig zijn. Dit is een goed moment om onze apparatuur te testen en onze vaardigheden te oefenen. Voor anderen is het juist de tijd om iets nieuws te leren, bijvoorbeeld door een nieuwe band of transmissiemodes uit te proberen. Daarnaast kunnen we natuurlijk onze vriendenkring uitbreiden. Overigens is er de afgelopen maand een grote belangstelling ontstaan voor amateurradio bij het publiek. Veel van onze ledenverenigingen bieden daarom online cursussen aan om hen te helpen een licentie te bemachtigen.

Tijdens een ramp kunnen radioamateurs essentiële hulpverleners zijn. Welke steun bieden ze aan de getroffen gemeenschappen en welke rol spelen ze bij het beperken van het risico op rampen?

Radioamateurs hebben een lange en trotse geschiedenis in het verstrekken van communicatie om het lijden te verlichten bij natuurrampen. Met alleen een HF-zendontvanger met laag vermogen, een auto-accu en een stuk draad als antenne, kan een bekwame operator vanaf bijna elke locatie communiceren. Amateurs gebruiken hun frequentietoewijzingen op VHF en UHF voor veel toepassingen. Zij zetten bijvoorbeeld lokale communicatienetwerken op die onafhankelijk van de reguliere communicatie-infrastructuur werken. Door die onafhankelijkheid blijven ze ook functioneren wanneer reguliere communicatiesystemen uitvallen of overbelast raken.

Amateurs hebben de apparatuur, de vaardigheden en de frequenties die nodig zijn om onder slechte omstandigheden doelmatige en efficiënte noodcommunicatienetwerken op te zetten. Ze hebben een licentie en zijn vooraf geautoriseerd voor nationale en internationale communicatie. En dit alles is kosteloos voor de organisatie die er gebruik van wil maken, of dat nu bijvoorbeeld het Rode Kuis is of een organisatie voor rampenbestrijding. Voor de aangesloten nationale radioamateurverenigingen hebben we een gids ontwikkeld om hen te helpen bij het bieden van ondersteuning: IARU Emergency Telecommunications Guide.

Hoe draagt uw samenwerking met de ITU bij aan meer veiligheid in de wereld?

De IARU werd in 1932 toegelaten tot het werk van de CCIR, de voorloper van de huidige ITU-radiocommunicatiesector (ITU-R), en draagt ​​sindsdien bij aan het werk van de ITU.

Als sectorlid neemt de IARU volledig deel aan de relevante ITU-R-studiegroepen en werkgroepen. Dit maakt ons een van de langstzittende sectorleden van de ITU.

De IARU is ook een sectorlid van de ITU-ontwikkelingssector (ITU-D) en neemt actief deel aan een studiegroep 2. Deze studiegroep behandelt zaken rondom rampencommunicatie en de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen. We hebben ook aan veel ITU-initiatieven meegewerkt. Zo deden wij bijvoorbeeld mee aan noodcommunicatieworkshops, het Smart Sustainable Development Model en gezamenlijke IARU/ITU-trainingen voor toezichthouders.

“We begrijpen heel goed dat wat amateurradio voor de ene generatie betekent, niet hetzelfde hoeft te zijn als voor een jongere generatie.”

We zijn blij dat ITU de waarde van de radioamateurdienst erkent in tijden van crisis. Ook zijn wij er trots op om de ITU te steunen bij het verbeteren van de veiligheid van mensen.

Uw vereniging wil amateurradio verder ontwikkelen in de 21e eeuw. Wat zijn uw plannen?

De radioamateurdienst verandert en zal blijven veranderen. Radioamateurs hebben zich altijd aangepast aan nieuwe communicatie-uitdagingen en waren een van de eersten die nieuwe technologie omarmden. We zullen dat blijven doen.

De wereld verandert nu veel sneller. Ook de eisen aan het radiospectrum vereisen dat we snel handelen en ons aanpassen en samenwerken met andere communicatiediensten. We begrijpen heel goed dat wat amateurradio voor de ene generatie betekent, niet hetzelfde hoeft te zijn als voor een jongere generatie.

De IARU werkt actief mee aan programma’s zoals Youngsters on the Air (YOTA) om het enthousiasme voor amateurradio ook bij de volgende generatie te stimuleren. We kijken ernaar uit om nieuwe communicatietechnieken te omarmen en om ook ons spectrum boven 144 Mhz, indien nodig, in te zetten voor noodcommunicatie.

Een ding zal zeker niet veranderen, en dat is onze wens om ook in deze eeuw de techniek en de wetenschap van radiocommunicatie te blijven bevorderen.

 

Bron: ITU