Het verloop van zonnevlekkencyclus 24

Zonnevlekkencyclus 24 en 25, de stand van zaken

Wanneer je op de HF-banden actief bent heb je het al lang gemerkt. De condities worden al een tijd echt flink minder. Dat komt door de afnemende zonneactiviteit die ervoor zorgt dat de ionosfeer radiogolven afbuigt. Het maximum van zonnevlekkencyclus 24 lijkt al weer eeuwen geleden en veel amateurs kijken dan ook al weer uit naar cyclus 25. Maar wat gaat deze nieuwe cyclus ons brengen en wanneer kunnen we weer betere condities verwachten?

Cyclus 24 piekte in 2014

Na het maximum van zonnevlekkencyclus 23 in het jaar 2000, waagden de eerste wetenschappers zich aan een voorspelling voor zonnevlekkencyclus 24. De ene groep wetenschappers voorspelde een maximum met een zonnevlekkengetal van boven 200, terwijl een andere groep pessimistischer was met een zonnevlekkengetal van slechts 50. Ter vergelijking, cyclus 23 piekte met een zonnevlekkengetal van 124. Cyclus 24 piekte in 2014 met een zonnevlekkengetal van 82.

Maximum dat iedere cyclus afneemt

Sinds cyclus 21 zien we een trend van een zonnevlekkenmaximum dat iedere cyclus afneemt:

  • Cyclus 21: 165
  • Cyclus 22: 159
  • Cyclus 23: 121
  • Cyclus 24: 82

In deze grafiek (bron: STAR) zie je duidelijk het verschil tussen deze vier cycli.

Vergelijking tussen zonnevlekkencycli 21 t/m 24

Wat zegt dat over de verwachtingen voor cyclus 25, de nieuwe aanstaande cyclus? Eigenlijk heel weinig, want het voorspellen van zonneactiviteit op zo’n lange termijn is een wetenschap die echt nog in de kinderschoenen staat. Vergelijk het maar met het weer verder dan een dag vooruit voorspellen in de tijd van de Middeleeuwen. Toch zijn er een aantal zaken die we met redelijke zekerheid kunnen zeggen.

Wanneer een nieuwe cyclus start, betekent het niet dat de oude cyclus direct ophoudt

Één cyclus duurt ± 11 jaar. Nu is het zo dat wanneer een nieuwe cyclus start, dit niet betekent dat de oude cyclus direct ophoudt.  Ze gaan geleidelijk in elkaar over. Cyclus 24 startte in januari 2008, maar kwam pas ruim een jaar later goed op gang. Een snelle rekensom leert dat cyclus 25 ergens rond 2019 van start zal gaan. Het zal dan niet meteen “feest” worden op HF, het zal nog wel even duren voordat cyclus 25 zijn maximum bereikt. Dat zal dan rond 2025 zijn, maar kan ook zomaar een jaar eerder of later zijn. Hoe snel het aantal nieuwe zonnevlekken toeneemt, is wel een goede indicatie voor de verwachting van het zonnevlekkenmaximum en de tijdstip waarop deze bereikt wordt.

In deze grafiek (bron: SWPC), zie je het verloop van cyclus 24. Vergeleken met cyclus 23 een “matig maximum”

Het verloop van zonnevlekkencyclus 24

Snelle stijging zonnevlekken betekent vaak snel een hoog maximum

Hoe sneller het aantal zonnevlekken in de start van een cyclus toeneemt, des te hoger valt het maximum uit. Cycli met een relatief hoog maximum bereiken dit vaak eerder dan cycli met een relatief laag maximum. Die conclusies mag je wel trekken als je de verzamelde data naast elkaar legt.

Deze grafiek (bron: STCE) laat zien dat snelle stijgers vaak een hoog maximum geven, dat dan ook vaak vrij vroeg in de cyclus al bereikt wordt.

Zonnevlekkencyclus 1 t/m 24

Wat verwachten de wetenschappers van cyclus 25

Er zijn nog maar weinig wetenschappers die zich nu al aan een verwachting wagen. Toch zijn er enkelen die op basis van allerlei factoren en correlaties, toch een poging wagen. De gemene deler in hun verwachting is dat het maximum van cyclus 25 nog lager uitvalt dan cyclus 24. Een maximum zonnevlekkengetal tussen 50 en 60. Hoe nauwkeurige en betrouwbaar zo’n verwachting is daar kun je je twijfels over hebben. We zullen het over twee jaar veel beter in kunnen schatten.

Een laag zonnevlekkengetal is meestal een goede bodem voor uitstekende Es-propagatie

Tot cyclus 25 goed op gang is zal de zonneactiviteit en daarmee de condities voor DX op HF verder verslechteren. Toch zullen er dagen zijn dat de banden opleven en valt er nog voldoende te beleven. Een laag zonnevlekkengetal is meestal een goede basis voor uitstekende Es-propagatie. In de zomer en midwinter geeft dat een impuls aan banden zoals 10 m, maar ook 6 m, 4 m en zelfs 2 m. Met in de zomer op 10 m en 6 m zelfs mogelijkheden om via multihop Es, Noord Amerika het Caribisch gebied en zelfs Japan te werken.

73

Jean-Paul Suijs PA9X

60 m band

100 kHz en 100 W op 60 m, geniet er nog even van!

100 kHz en 100 W op 60 m, geniet er nog even van!Zendamateurs in Nederland met een F-registratie hebben toegang tot de 60 meterband. En wel van 5350 kHz tot 5450 kHz. Op secundaire basis, met een vermogen van 100 W PEP. Maar dàt duurt niet lang meer want op korte termijn wordt een aanpassing verwacht in het NFP, Nationaal Frequentieplan.

Aanpassing in NFP

De VERON heeft Agentschap Telecom nog getracht te overtuigen om de huidige 100 kHz en 100 W PEP te handhaven. Helaas koos Agentschap Telecom ervoor om besluit te volgens wat was genomen op de WRC’15. Dat houdt in maximaal 15 W EIRP van 5351,5 tot 5366,5 kHz in USB, ook op secundaire basis en alleen voor F-amateurs. Dat is natuurlijk minder dan de mogelijkheden die F-amateurs in Nederland nu nog hebben.

Waarschijnlijk per 1 april

Wil je nog uitkomen met 100 W PEP tussen 5350 en 5450 kHz? Dan moet je er snel bij zijn. In het Amateuroverleg van november 2016 meldde AT namelijk dat deze aanpassing waarschijnlijk per 1 april wordt doorgevoerd. Ik hoop –stiekem – dat het misschien wat later wordt.

NVIS en DX

Op 5420 kHz zijn er overdag regelmatig Nederlandse amateurs actief in USB. De uitstekende signalen op deze band tonen aan dat 60 m uitermate geschikt is voor NVIS, ook met relatief lage vermogens. Dat je na zonsondergang ook prima DX op 60 m kunt doen, blijkt wel uit het feit dat ik in de WSPR-mode inmiddels al in VK ben gehoord. Dat met minder dan 1 watt op een 9,5 m lange getunede vertical.

Meer over NVIS

Wil je meer over NVIS weten of ermee experimenteren? Kijk dan eens naar dit overzicht van wetenschappelijke publicaties.

73

Jean-Paul Suijs PA9X

Frans Hilbrink

Geen Piraten

Interview met Frans Hilbrink, bestuurslid afdeling Twente in de Telegraaf van 3 maart 2017, door Jan Colijn

‘Geen Piraten’

Zendamateurs hopen op jonge aanwas

Geen Piraten: Zendamateurs hopen op jonge aanwasHet is een hardnekkig vooroordeel waar ze telkens weer mee moeten afrekenen. Ze zijn zendamateurs en hebben dus niets te maken met etherpiraten. Vandaar dat de overkoepelende organisatie Veron van 22 tot en met 30 april open huishoudt.

“Omdat we een tekort hebben aan jeugdige leden. Onze hobby moet weer hip worden” verklaart Frans Hilbrink. Zelf is de 69-jarige Hilbrink – codenaam PA4FH – al zijn hele leven besmet met het radiovirus. “Toen ik in militaire dienst moest, ben ik gestopt. Maar meteen toen ik als brandweercommandant met pensioen ging, heb ik mijn oude passie nieuw leven ingeblazen.” Daar waar de zendpiraten plaatjes de ether in slingeren, draait het bij de zendamateurs om andere zaken. “Bij ons is het de kick om over de hele wereld radioverbindingen te leggen. Je moet met speciale apparatuur eerst nagaan of er bepaalde lijnen vrij zijn, waar je dan vervolgens je mast op moet richten.”

Nog zo’n vooroordeel: met internet is de wereld al binnen handbereik, waarom dan nog via de ether contact zoeken? “Nee, we zijn absoluut niet achterhaald! Onder meer omdat we nuttig werk verrichten bij bijvoorbeeld natuurrampen in. Azië. We kunnen reddingswerkers dan van informatie voorzien.” Hilbrink: “Het gaat allemaal om verbindingen: collega’s slaagden er ooit in contact te leggen met het ISS-ruimtestation en spraken met Wubbo Ockels en André Kuipers.” De vereniging voor Nederlandse zendamateurs Veron werd meteen na de oorlog opgericht. “Het wordt nog weleens onderschat: er zijn nog zo’n 12.000 mensen die in ons land deze hobby. Beoefenen”, zegt Hilbrink. Bestuurslid van de Twentse afdeling, met 350 leden de grootste . “Maar juist omdat we graag nieuwe aanwas willen, bieden we een kijkje in de keuken.”

Tubantia zendpiraten

Dagblad Tubantia brengt zendamateurs onjuist in het nieuws

Tubantia zendpiraten

Opgesloten door zendpiraten”, kopte dagblad Tubantia op 4 april 2016, en “Daar zit je dan. Terwijl je namens het Agentschap Telecom een illegale mast neerhaalt, word je met een collega door zendamateurs opgesloten.” De VERON, Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland, is erg teleurgesteld over de publicatie van dit foutief gesteld krantenbericht. VERON PR-voorman Jean-Paul Suijs PA9X, ergert zich er flink aan.

“Zendpiraat” wat anders dan “zendamateur”

“Het is niet de eerste keer dat zendpiraten worden verward met zendamateurs” vertelt Suijs. “De twee termen liggen qua betekenis mijlenver uit elkaar. Zendpiraten kennen we onder andere van het illegaal uitzenden van muziek. Zendamateurs draaien geen plaatjes, ze doen totaal wat anders. Bij zendamateurs, ook wel radioamateurs genoemd, draait het vooral om experimenteren. Verder betalen zendamateurs jaarlijks een bijdrage aan de staat om hun tijdsbesteding legaal uit te voeren. Ze moeten er zelfs een staatsexamen voor afleggen.”

Zendamateurs dragen juist bij aan de maatschappij

Suijs: “Zendpiraten zijn slecht voor ons imago, naast dat ze de wet overtreden, halen ze halsbrekende toeren uit om op verschillende locaties illegaal zenders en antennes te plaatsen. Hun uitzendingen veroorzaken ook storingen op andere frequenties die bijvoorbeeld gebruikt worden in de luchtvaart. Overlast door deze etherpiraten wordt helaas nog wel eens op het conto van zendamateurs geschreven. Jammer want zendamateurs hebben hier helemaal niets mee te maken”. VERON’s PR-voorman vertelt verder: “Zendamateurs dragen juist bij aan de maatschappij. Het eerdergenoemde Agentschap Telecom vindt zelfs dat ze belangrijk zijn voor de economie, vanwege hun belangeloos onderzoek op het gebied van radiotechniek, propagatie en antennes. Dat is van grote waarde in een maatschappij, waar tegenwoordig veel apparaten met elkaar draadloos door middel van radiotechnieken communiceren.”

Informatie voor publiek en pers

Om het publiek en de pers beter te informeren over wat zendamateurs nu echt doen, heeft de VERON naast de website www.veron.nl een mooie folder gemaakt. Die kun je hier downloaden.

De VERON is de Vereniging voor Experimenteel Radio Onderzoek in Nederland en behartigt nationaal en internationaal de belangen van duizenden radioamateurs in Nederland.

 

25 cent

Speciale roepletters blijven gratis

Speciale roepletters blijven gratis; dus geen 25 centDrie dagen speciale roepletters voor € 0,25. Dat was het onderwerp van discussie op het zendamateur.com forum. Maar die bijzondere roepletters zaten toch inbegrepen bij de jaarlijkse vergoeding voor registratie?

Een administratieve fout bij het Agentschap Telecom bleek de oorzaak van deze verwarring. “De bijzondere roepletters zijn en blijven gratis“, laat het AT aan de VERON weten. De aanvragers van speciale roepletters van wie een e-mailadres en/of telefoonnummer bekend is, krijgen hierover nog bericht van AT.