VERON brief aan Agentschap Telecom

Het hoofdbestuur stuurt brief over beëindiging registratie frequentieruimte

Op 29 maart 2014 heeft Bram van den Berg, PBØAOK, namens het VERON hoofdbestuur deze brief geschreven aan het Agentschap Telecom:

Geachte heer Van Duijvenvoorde,

In het amateuroverleg van 19 maart jl. is bij monde van de voorzitter van dat overleg aan beide verenigingen van radiozendamateurs medegedeeld, dat het Agentschap Telecom voornemens is om de Nederlandse registratie van radiozendamateurs die zich in het buitenland hebben gevestigd, te beëindigen en uit het gebruikersregister te verwijderen.
Overigens is deze maatregel reeds enkele dagen voor genoemd overleg door het agentschap ten uitvoer gelegd, zodat op 19 maart niet meer van een voornemen kon worden gesproken.

Uit de brief die aan meerdere in het buitenland wonende zendamateurs is gezonden, is ons gebleken dat het Agentschap Telecom de wettelijke basis voor haar besluit ontleent aan het abusievelijk genoemde, maar niet bestaande artikel 5:7 van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008.
Het in dit verband bedoelde artikel 7 lid 5 van deze regeling vereist echter niet dat betrokkene voor het verkrijgen en behouden van een Nederlandse registratie als radiozendamateur ook Nederlands ingezetene dient te zijn.
Ook het door Agentschap Telecom gehanteerde criterium “in hoofdzaak”, kennelijk bedoeld als poging om de besluiten onder de regeling te wringen, vindt geen basis in het artikel, dat geen bepaling bevat omtrent de mate en perioden waarin minimaal gebruik zou dienen te worden gemaakt van frequentieruimte.
Dit betekent naar ons oordeel dat het Agentschap Telecom artikel 7 lid 5 van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 onjuist interpreteert en vervolgens onjuist toepast. De interpretatie van het agentschap strijdt met hetgeen door onze Minister is bedoeld.

Verder blijkt uit genoemde brief niet welk algemeen belang het agentschap met deze maatregel beoogt te dienen, dan wel welke andere motieven aan het besluit ten grondslag liggen.

De voor vele belanghebbenden verstrekkende nadelige gevolgen zijn onevenredig groot in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Met de tenuitvoerlegging van het besluit handelt Agentschap Telecom daarmee tevens in strijd met artikel 3:4 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Noch de Telecommunicatiewet, noch de daarop gebaseerde Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008, bevat enige bepaling op grond waarvan een in het buitenland woonachtige persoon, in het bezit van een Nederlandse registratie als radiozendamateur, niet in het gebruikersregister opgenomen zou kunnen zijn.

Er bestaat daarom geen wettelijke grond voor het besluit, zoals dat door het Agentschap Telecom als bestuursorgaan is genomen. Het besluit is daarmee onrechtmatig.

Reden waarom wij u met klem verzoeken om dit besluit ongedaan te maken, bij gebreke waarvan wij ons nadere actie voorbehouden.

Hoogachtend,

namens het hoofdbestuur van de VERON en het bestuur van de VRZA,

Bram van den Berg, PBØAOK

i.a.a. VRZA, Ron Goossen, PBØANL

Gouden speld VERON voor PE1LUB

Johannes PE1LUB aangenaam verrast

PE1LUB-1Voor de bezoekers van de ledenavond van onze VERON afdeling in De Buorskip te Beetsterzwaag leek dit een normale avond te worden met een hapje en drankje en een verhaal van onze voorzitter over zijn werk bij de marine en de missie bij Somalië. De belangstelling voor deze avond was goed, we kregen tevens bezoek van twee HB-leden uit het Twentse, nl. Remy Denker – PA3AGF en Bram van den Berg – PB0AOK. Tja wat is de reden dat ze onze afdeling bezoeken? Nou, eens bij zo’n actieve afdeling komen buurten!

PE1LUB-2Een paar bestuursleden wisten van dit bezoek, want de reden was een voordracht aan het HB van de VERON om Johannes Blom – PE1LUB uit Ureterp voor een gouden speld. Dit verzoek werd door ons HB overgenomen en de afspraak voor 7 januari was snel gemaakt. Ook Linda (echtgenote van Johannes  werd op de hoogte gebracht. Na het gebruikelijke programma van de agenda gaf voorzitter Robert van Houten – PD2RVH het woord aan Remy Denker. Tot Johannes – nog rustig zittend achter de bestuurstafel en van niets wetende – werd het woord gericht, terwijl hij nog niet had gezien dat zijn XYL stilletjes was binnengekomen en stiekem achter hem stond.

Waarom een voordracht voor een gouden speld voor PE1LUB?

Johannes is een actief man binnen de afdeling Friese Wouden, zo blijkt wel uit de motivatiebrief:

  • Hij is dit jaar alweer 25 jaar penningmeester van de Friese Radio Markt.
  • Vervulde tijdens de ziekte en na het overlijden van Weit Lap al de functie van marktmeester. Menig standhouder heeft contact met Johannes.
  • 10 jaar de penningmeester van de afdeling A63 bullet Veel werk gedaan om te komen tot de “Stichting Radiozendamateurs Friese Wouden”.
  • Mede onder zijn financiële leiding zijn we een gezonde afdeling.
  • Hij is de mechanische man achter de Contest Groep. Hij bedacht mede, en maakte de constructies die het opbouwen van een antenne installatie voor de velddagen vergemakkelijkte.
  • Nam een paar middagen vrij om op de basisschool “De Opdracht” bij hem in het dorp de jeugd iets te vertellen over de geheimen van onze mooie radio hobby en organiseerde voor de jeugd een “vossenjacht”, waar het geleerde in praktijk werd gebracht.
  • Regelde dat er altijd mensen met hem mee konden rijden naar de verschillende radiomarkten in het land.
  • Maar vooral iemand met het hart op de juiste plaats.

Johannes kreeg van Remy Denker de gouden speld overhandigd en voor Linda is er een prachtige bos bloemen, immers zij moet Johannes vaak thuis missen.

Zorg over antennebeleid gemeente Enschede

Antennebeleid  gemeente Enschede geanalyseerd

gemeente-enschedeDe gemeente Enschede heeft beleid vastgesteld m.b.t. antenne-installaties voor zendamateurs. VERON en VRZA hebben gezamenlijk hun zienswijzen ingediend op het concept-beleid. Helaas moeten wij constateren dat onze zienswijzen vrijwel niet tot aanpassing van het concept hebben geleid en dit, naar onze mening, nogal eens op onjuiste c.q. dubieuze gronden.

Het volgende geeft u daarvan een beeld:

1) De hoogtebeperking van 15 meter is volgens de verenigingen niet in alle gevallen toereikend. Zo is door de verenigingen aangegeven dat voor wereldwijde communicatie op HF-banden een kleine opstralingshoek dient te worden gerealiseerd en daarvoor is bijvoorbeeld voor de 40 m-band een hoogte van ca. 21 m vereist. De gemeente bestrijdt dit met een onbegrijpelijke redenering waaruit onder meer moet blijken dat zelfs een hoogte van 0,16 maal de golflengte al toereikend is! Dit heeft de gemeente echter gebaseerd op een publicatie omtrent NVIS (communicatie op korte afstand). Een reactie die in dit verband ridicuul is.

2) Door de verenigingen is een uitspraak-Haaksbergen aangehaald, waarin de Raad van State, in bewoordingen van algemene strekking, oordeelde dat de zendamateur voldoende aannemelijk had gemaakt dat voor een goede zend- en ontvangstmogelijkheid van en naar de plaatsen die een radioamateur als regel zal willen bereiken, een antennehoogte van 18 meter onder normale omstandigheden noodzakelijk is. Ook hier stelt de gemeente weer een specialist te hebben geraadpleegd en komt op grond daarvan met 2 niet terzake doende voorbeelden, gebaseerd op Line of Sight en NVIS. De gemeente stelt voorts simpelweg dat de uitspraak van 1980 is en gedateerd is.

3) De verenigingen hebben aan de hand van een uitspraak van rechtbank Breda gepoogd duidelijk te maken dat een categorische uitsluiting van installaties hoger dan 15 m en het categorisch uitsluiten van ontheffing in bepaalde delen van de gemeente -terwijl de wetgever dit wel mogelijk maakt- niet is toegestaan en dat steeds van geval tot geval de belangen moeten worden afgewogen. De gemeente wenst deze uitspraak anders te interpreteren.

4) Ook een overgelegde uitspraak-Loppersum werd van tafel geveegd. Hij zou voor het beleid niet relevant zijn omdat het ging om een verleende bouwvergunning waar een woningbouwvereniging problemen mee had. Waar het ons echter om ging -gelet op het door de gemeente in het algemeen onevenredig bezwarend verklaren- was de van de uitspraak deel uitmakende overweging dat zwaarwegende welstandsbezwaren niet aannemelijk worden geacht nu een groot aantal omwonenden had verklaard geen bezwaar te hebben. Wij kunnen ons niet voorstellen dat de gemeente dit niet begrepen heeft.
De gemeente blijkt bovendien van mening dat een antenne-installatie niet alleen mag worden geweigerd wanneer deze onevenredig bezwarend is voor anderen, maar ook wanneer is aangetoond dat er een minder bezwarend alternatief is! Uit de rechtspraak hebben wij een ander beeld.

5) De verenigingen hebben aangevoerd dat de gemeente de excessenregeling niet mag toepassen op breedte en vorm van een vergunningvrije installatie. De gemeente acht dit standpunt onjuist, en wel op zeer dubieuze gronden, te weten: een onjuiste interpretatie van een uitspraak van de voorzieningenrechter te Alkmaar en het ten onrechte verwijzen naar een -volgens de gemeente relevante- uitspraak-Overbetuwe. In laatstgenoemde uitspraak heeft de Raad van State echter geen uitspraak gedaan over de wijze van toepassing van de excessenregeling en zelfs uitdrukkelijk overwogen dat het hoger beroep zich daarop niet richtte.

6) De verenigingen hebben voorgesteld afwijkingen mogelijk te maken in het geval van positief welstandsadvies, het ontbreken van zwaarwegende welstandbezwaren en/of bij verklaringen van geen bezwaar van omwonenden (zie de uitspraak-Loppersum!). De gemeente is van mening dat daarmee extra beleidsregels worden toegevoegd en vindt dat niet wenselijk!

Het moge duidelijk zijn dat wij de nodige bedenkingen hebben tegen het door de gemeente Enschede te hanteren beleid en de overwegingen op grond waarvan dit tot stand gekomen is.

De wijze waarop op onze zienswijzen werd gereageerd, waarvan ons bovenstaande commentaar beknopt inzicht geeft, maakt dit mede duidelijk.

In hoeverre de restricties in het beleid in de praktijk al dan niet stand zullen houden zal moeten blijken uit toekomstige bezwaar- en beroepsprocedures.

Hoofdbestuur VERON en Bestuur VRZA.

Stand van zaken 70 MHz en 500 kHz banden

De 500 kHz en 70 MHz band komen beschikbaar op secundaire basis per 1 januari 2012

Stand van zaken in het StaatsbladGeachte radiozendamateurs,

Vandaag (30 december 2011) is bekend geworden dat de publicatie van de wijziging van de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning 2008 een feit is. Dit betekent voor F-registratiehouders dat de 500 kHz band en de 70 MHz band beschikbaar komen op secundaire basis per 1 januari 2012.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden voor frequentiegebruik:

  • 501 kHz-505 kHz, toegestaan vermogen 100W PEP waarbij alleen de modes A1A, F1A, G1A en J2A zijn toegestaan. Contesten zijn niet toegestaan.
  • 70,0 MHz-70,5 MHz, toegestaan vermogen 50W PEP en alle modes zijn toegestaan. Crossband– en duplexverbindingen zijn niet toegestaan.

Zie ook deze publicatie in de Staatscourant (PDF bestand) Deze nieuwe stand van zaken zal ook in de nieuwe bandplannen worden aangegeven.

Met vriendelijke groeten,

Namens het Hoofdbestuur van de VERON,

Eric-Jan Wösten (PA3CEV)

screenshot website antennebureau

Ook radiozendamateurs in het antenneregister

Het Antenneregister; Ook voor radiozendamateurs!

Ga naar het antenneregisterGeachte radiozendamateurs,

Het was u misschien al opgevallen: ook de antenne-installaties van radiozendamateurs zijn zichtbaar in het antenneregister. Zendamateurs zijn sinds anderhalf jaar, net als veel vergunninghouders met antennes, verplicht om de locatie(s) van hun antenne-installatie(s) in het Antenneregister aan te geven. Deze wet is ingevoerd om burgers beter te kunnen informeren over de antennes in hun omgeving.

Het Agentschap Telecom verzoekt de zendamateurs die de coördinaten van hun antenne nog niet hebben aangeleverd, dat alsnog zo spoedig mogelijk te doen. Zie daarvoor deze oproep.

Met vriendelijke groeten.

Namens het Hoofdbestuur van de VERON,

Eric-Jan Wösten (PA3CEV)

 

P.S. Klik hier voor de juiste URLs voor de Handleiding registreren coördinaten en voor meer tips en veelgestelde vragen.